Op 1 januari 2008 is de wet- en regelgeving t.a.v. het keuren van stookinstallaties en gasleidingen van kracht geworden. De ondergrens voor het keuren van gasinstallaties was toen vastgesteld op 130 kW belasting (bw). Dit is later aangepast naar 100 kW nominaal vermogen. Het fenomeen “cascade” deed zijn intrede in het land van wet- en regelgeving. De wandtoestellen die hierin waren opgenomen hadden zelden een vermogen > 100kW per toestel. In het algemeen werd er voor een cascade één rapportage gemaakt en in het SCIOS-afmeldsysteem kreeg deze installatie 1 afmeldcode.

Door de tijd zijn de vermogens van de wandtoestellen groter geworden, regelmatig zelfs groter dan 100kW vermogen. De rapportagevorm voor een vereenvoudigde rapportage overeenkomstig de SCIOS certificatieregeling bleef bestaan. De grens die SCIOS hieraan stelde was < 130kW.

Door het bovenstaande is er voor de overheid een onwenselijke situatie ontstaan. Besloten door SCIOS is om voor het aanmaken van installatiecodes één grens te trekken van 100kW vermogen.

Wanneer een toestel groter is dan 100kW vermogen (ook als deze in cascade hangt) dient er voor het toestel een installatiecode te worden aangemaakt en dient het toestel separaat te worden aan- en afgemeld. Voor bestaande installaties, welke reeds zijn aangemaakt in het afmeldsysteem, is afgesproken dat deze niet hoeven te worden aangepast.

Om een voorbeeld te geven van een stookruimte met 2 toestellen van 45 kW en 1 toestel van 115 kW: u krijgt 1 rapportage waarin deze 3 toestellen zijn opgenomen. De 2 toestellen van 45 kW krijgen een SCIOS-code en het toestel van 115 kW krijgt ook een SCIOS-code. Dit betekent dan 2x afmeldkosten voor deze cascade.