In september 2017 is er een nieuw deel (deel 45) van de NPR3378 verschenen. In deel 45 wordt de NEN2757 verder uitgewerkt. In het Bouwbesluit 2012 zijn eisen gegeven voor de aanwezigheid, inrichting en de capaciteit van de voorziening voor de afvoer van rookgas. Tevens is de voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht vermeld  zodat er geen onaanvaardbare concentraties van verbrandingsgassen in het binnenmilieu optreden.

In de NEN2757 zijn de bepalingsmethoden gegeven voor de capaciteit van de voorziening voor de afvoer van rookgas en voor de inrichting van de voorziening voor de afvoer van rookgas opgenomen. Deze bepalingsmethode zijn vaak complex en moeilijk uit te voeren. Daarom is in deel 45 van de NPR3378 een systematiek van aanleggen opgenomen die invulling geeft aan eisen uit het bouwbesluit en bij uitvoering overeenkomstig NPR3378-deel 45 kan de bepalingsmethode achter wegen blijven. Veel van de informatie in de norm was al eerder als technische handreiking verkregen via het document “RoGaFa Het  nieuwe beugelen”.

Verder is duidelijk omschreven dat bij vervanging van het toestel tevens de rookgasafvoer dient te worden vervangen. Voor dit deel van de installatie geldt ook dat deze een beperkte levensduur heeft tussen de 15 tot 18 jaar. Uitzondering op deze vervanging betreft CLV systemen. Hier voor kan onder voorwaarde van vervanging worden afgeweken. Om de eigenaar van de installatie te overtuigen van de noodzaak tot vervanging van het rookgasafvoersysteem, heeft deel 45 een bijlage B opgenomen.
Iets dat niet in de NPR3378 staat omschreven maar dat altijd uit de documentatie van de leverancier van het afvoermateriaal moet worden opgemaakt is het toepassen van de verschillende soorten afvoer materiaal door elkaar. Welke materialen mag je wel en niet gebruiken? Het is wat zoeken maar dan kom je al snel tot de volgende conclusie:

Mix geen elementen (componenten) van verschillende fabrikanten /materialen, anders dan toegelaten!