Inspectie van de gasleiding in de industrie (scope 7b)

 

Om een voorziening van gas in een industriële omgeving in goede conditie te houden en de veiligheid van deze voorziening te waarborgen, is het uitvoeren van onderhoud en inspectie aan deze voorziening noodzakelijk. 

In artikel 6.9 van het bouwbesluit 2012 is vermeld dat een voorziening van gas met een nominale werkdruk tussen de 0,5 en 40 bar moet voldoen aan de NEN–EN 15001-1. Een bestaande voorziening van gas moet volgens het genoemde besluit voldoen aan de NEN 2078. In de NEN-EN 15001-1 wordt voor de functionele eisen voor inbedrijfstelling, bedrijfsvoering en onderhoud van industriële gasinstallaties en assemblages met een bedrijfsdruk hoger dan 0,5 bar verwezen naar de NEN-EN 15001-2. Voor de bestaande voorziening van gas kunnen we deze eisen vinden in bijlage K van de NEN 2078.

Verder vinden we nog een verplichting vanuit het Activiteitenbesluit. In artikel 3.7m lid 2 en 4 van de bijbehorende Activiteitenregeling is vermeld dat het toevoersysteem voor brandstof ten minste één maal per vier jaar geïnspecteerd moet worden. Als in een ander besluit een kortere frequentie wordt vermeld moet de kortere periode worden aangehouden.

De inspectie moet volgens het activiteitenbesluit door een SCIOS scope 7b gecertificeerd bedrijf worden uitgevoerd.

Wat moet er geïnspecteerd worden?

Volgens de SCIOS-certificatieregeling moet er van de installatie een basisverslag (EBI) worden opgesteld. In het basisverslag worden alle relevante gegevens van de gehele gasinstallatie vastgelegd. Het basisrapport vormt samen met de definitieve (as built) tekeningen de weergave van de feitelijke situatie van de voorziening van gas op het moment van  de inspectie. In het basisrapport worden tevens instructies opgenomen voor de komende visuele- en periodieke inspectie. Als de installatie voldoet zal er een “Verklaring van Ingebruikname” worden afgegeven.

Aan de hand van het basisrapport zal er periodiek elke vier jaar een inspectie uitgevoerd moeten worden. Aandachtspunten tijdens de inspectie zijn o.a:

  • Lekkages in ondergronds leidingwerk;
  • Ruikbare bovengrondse lekkages;
  • Corrosie van de leiding en beweegbare delen;
  • Mechanische beschadigingen aan leiding en/of componenten;
  • Bevestiging van de leiding;
  • Bereikbaarheid en herkenbaarheid van calamiteitenafsluiters;
  • De uitlaatdruk van gasdrukregelsystemen;
  • Toestand kwetsbare componenten;
  • Markering van de leiding;
  • Gangbaarheid en afsluiten van de afsluiters;
  • Werking en instelling van de aanwezige regelapparatuur;
  • Dichtheid van de kleppen;
  • Filters en vloeistofafscheiders;
  • Verbindingen en mogelijke lekkagepunten;
  • Beoordelen van rapportages van de Kathodische bescherming van de gasleiding (indien aanwezig en noodzakelijk);
  • De geïsoleerde bovengrondse leidingen.

Het volgende is voor de beheerder van de installatie van belang:

  • Instructies voor de bediening moet voor het betrokken personeel toegankelijk zijn;
  • Op het bedrijf moeten bijgewerkte tekeningen schema’s, inclusief de ontwerpgegevens van de toelaatbare bedrijfsdrukken en normale bedrijfswaarden etc, aanwezig zijn;
  • De bevindingen van visuele- en periodieke inspecties moeten schriftelijk worden vastgelegd.