SCIOS en Activiteitenbesluit

 

In het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende Activiteitenregeling is geregeld dat stookinstallaties door een SCIOS gecertificeerd bedrijf moeten worden geïnspecteerd. Op deze pagina is de tekst vanuit de Activiteitenregeling 2018 vermeld.

Onder de Wet Milieubeheer hangt het Activiteitenbesluit. Volgens artikel 3.7m van de bij het Activiteitenbesluit behorende Activiteitenregeling gelden voor stookinstallaties de volgende regels:

  1. Een niet-gasgestookte stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van:
    • 20 kilowatt tot ten hoogste 100 kilowatt, wordt ten minste eenmaal per vier jaar gekeurd op veilig functioneren, optimale verbranding en energiezuinigheid;
    • meer dan 100 kilowatt, wordt ten minste eenmaal per twee jaar gekeurd op veilig functioneren, optimale verbranding en energiezuinigheid.
  2. Een gasgestookte stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 100 kilowatt wordt ten minste eenmaal per vier jaar gekeurd op veilig functioneren, optimale verbranding en energiezuinigheid.
  3. Een keuring als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt voor de eerste keer uitgevoerd binnen zes weken na ingebruikname.
  4. Een keuring als bedoeld in het eerste of tweede lid omvat mede:
    • de afstelling van de verbranding;
    • het systeem voor de toevoer van brandstof en verbrandingslucht;
    • de afvoer van verbrandingsgassen;
    • een meting van koolmonoxide (CO), vóór de onder a genoemde afstelling, uitgedrukt in mg/Nm3, bij een zuurstofpercentage zoals aangegeven in artikel 3.10i, eerste lid, van het besluit.
  5. Een keuring als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt verricht door een bedrijf dat beschikt over een geldig certificaat dat is afgegeven door een instantie die door een accreditatie-instantie is geaccrediteerd om uitvoering te kunnen geven aan de Deelregeling voor stookinstallaties, onderdeel uitmakende van de Certificatieregeling voor het kwaliteitsmanagementsysteem ten behoeve van het uitvoeren van onderhoud en inspectie aan technische installaties, van de stichting SCIOS.
  6. Indien uit een keuring als bedoeld in het eerste of tweede lid blijkt dat de stookinstallatie onderhoud behoeft, vindt dat onderhoud binnen twee weken na de keuring plaats.
  7. Het verslag van de keuring, bedoeld in het eerste of tweede lid, ondertekend door degene die de keuring heeft verricht, ligt bij de stookinstallatie ter inzage van het bevoegd gezag en wordt voor een periode van ten minste zes jaar bewaard.
  8. Na uitvoering van onderhoud als bedoeld in het zesde lid ligt een bewijs van uitvoering van dat onderhoud, gedateerd en ondertekend door degene die het onderhoud heeft uitgevoerd, bij de stookinstallatie ter inzage van het bevoegd gezag.
  9. Indien een stookinstallatie bij keuring dan wel na uitvoering van onderhoud, als bedoeld in het zesde lid, voldoet aan de eisen voor veilig functioneren, optimale verbranding en energiezuinigheid, zorgt degene die de inrichting drijft ervoor dat de stookinstallatie wordt afgemeld in het afmeldsysteem van de stichting SCIOS.
  10. Voor stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen van 1 MWth of meer omvat het verslag en de afmelding als bedoeld in het zevende en negende lid ten minste de volgende gegevens:
    • naam en adres van de gebruiker;
    • adres waar de stookinstallatie is opgesteld;
    • unieke identificatie van de stookinstallatie;
    • nominaal thermisch ingangsvermogen (MWth) van de stookinstallatie;
    • type stookinstallatie, onderverdeeld naar gasmotor, dieselmotor, dual-fuelmotor, gasturbine, ketel, fornuis, droger, luchtverhitter en andere stookinstallatie;
    • type gebruikte brandstoffen en het aandeel ervan, onderverdeeld naar vaste biomassa, houtpellets, andere vaste brandstof, gasolie, dieselolie, huisbrandolie, biodiesel, andere vloeibare brandstoffen, aardgas, propaangas, butaangas, vergistingsgas en andere gasvormige brandstoffen;
    • datum ingebruikname;
    • verwachte aantal jaarlijkse bedrijfsuren van de stookinstallatie en de gemiddelde belasting tijdens gebruik;
    • sector waarin de stookinstallatie werkt of de inrichting waarin zij wordt gebruikt (viercijferige NACE-code);
    • de datum en meetresultaten van de laatst uitgevoerde emissiemetingen alsmede de tijdens de keuring gemeten koolmonoxide- en zuurstofconcentratie;
    • indien gebruik gemaakt wordt van de vrijstelling van de emissiegrenswaarden op grond van de 500-uursregeling, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, onderdeel b, van het besluit, een door de gebruiker ondertekende verklaring dat de installatie niet meer dan 500 uur per kalenderjaar wordt ingezet;
    • veranderingen in de stookinstallatie of bedrijfsvoering die hebben geleid tot een verandering in emissiegrenswaarde.
  11. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat draagt zorg voor het in stand houden van een register met de gegevens, bedoeld in het tiende lid.

 

De overheid heeft een beslisboom gepubliceerd waarmee stapsgewijs kan worden bepaald of een stookinstallatie nu wel of niet inspectie plichtig  is. Zoals de beslisboom aangeeft moeten installaties > 20 kW, opgesteld in een stookruimte en installaties met een vermogen van meer dan 100 kW, opgesteld in een opstellingsruimte, tenminste eens per vier jaar geïnspecteerd worden. Als de toestellen inspectieplichtig zijn, dan moet de brandstofleiding ook geïnspecteerd worden.

 

 

Verzekering

Veelal is in polisvoorwaarden van verzekeringsmaatschappijen vermeld dat aan alle wettelijke verplichtingen moet zijn voldaan.